Eigenlijk is het wel grappig; we hebben buiten onze wereld een eigen schijnwereld gemaakt. En als we vrij zijn van ons werk of in verloren ogenblikken, trouwens soms zelfs hele weekenden lang, klimmen we met ons zelfgemaakt touwladdertje naar boven en ploffen zo ons luchtkasteel weer in. Keer op keer, net zo lang en net zo vaak als wij zelf willen.
Want we hebben het daar het heerlijk gemaakt, lekker en behaaglijk.
Waar alles voorradig is wat wij ons wensen, waar we één zijn met onze herinneringen, waar niemand ons kan storen... kortom ons eigen luchtkasteel is perfect.
Soms knapt dit luchtkasteel, alsof iemand met een speld de wanden doorprikt en het ineens naar beneden valt als een leeggelopen luchtballon. Slap en leeg belandt het op de grond. We staan er verdwaasd naar te kijken en gek; we voelen ons ineens ook slap en leeg..
We voelen ons allemaal wel eens een periode in ons leven vervlakt en mat, hebben daar bovenop een gevoel dat het leven uitzichtloos is. Er schijnt geen einde aan een bepaalde periode te komen en we willen zo graag. We willen zo graag als in een film de hoofdrol spelen en scoren in het toneelstuk van ons leven. Vooral vooraan staan, gezien worden, opvallen in positieve zin door onze levenslust, doordat we stralen van geluk en omdat het leven ons toelacht vanwege perfecte harmonie.
Ons luchtkasteel waarin we maar al te graag vertoeven blijkt vaker dan we denken een leeg gelopen luchtballon. Door ons eigen verwachtingspatroon te hoog op te blazen moet er wel iets knappen uiteindelijk. Knappen in onszelf, zijn we wel consequent naar onszelf? Waarom willen we meer en beter?
Waarom willen we de show stelen in de buitenwereld en verwaarlozen we onszelf?
We willen te veel, te groots, te ver en ineens kan daar toch schijnbaar onverwachts een depressie uit die leeggelopen luchtballon tevoorschijn komen.
We liepen op onze tenen veel te hard en zelfs vele jaren lang; we zijn onszelf voorbij gegaloppeerd.
We zijn daardoor gestruikeld over onze eigen benen en moeten leren normaal te lopen.
Eerst op krachten komen. We hebben rust nodig en nemen afstand van elkaar, we kruipen in ons hol, we willen wat afzondering. Dat mag, dat is helend, zo komen we weer op krachten.
Best wel zinvol in dit soort periodes dat we even vallen, maar daarna toch weer opkrabbelen.
We hebben ons zelfonderzoek, hoe is het zo gekomen? Waren we reëel bezig, hebben we voldoende naar onszelf geluisterd?
We mogen onszelf best tijdelijk wat mat voelen, als we maar luisteren naar onszelf. Luisteren wat we precies nodig hebben om weer te helen, om weer op onze eigen benen leren staan: dit keer op de grond en niet in een luchtkasteel.
Wanneer dit te moeilijk is om zelf uit te knobbelen, dan hebben we altijd nog anderen die kunnen luisteren en kunnen helpen de weg te vinden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten